1967-1972 • Vooraf
Kayak heeft zijn wortels in Hilversum. Daar speelden de oprichters en buurvriendjes
Ton Scherpenzeel (toetsen, basgitaar) en Pim Koopman (slagwerk, gitaar) samen
in groepen als Balderdash (1967) en Hight Tide Formation (1970, zie foto). Gitarist
Johan Slager maakte deel uit van HTF’s laatste bezetting. In 1971 hield
de groep op te bestaan. In datzelfde jaar namen Ton, Pim en Johan een aantal
demo’s op voor een project met de naam ‘Ten Ride Ticket’ en
traden ze af en toe op onder de naam Alta Quies. Rond deze tijd vingen Ton en
Pim aan met hun studie aan het Hilversumse conservatorium, waar Max Werner ook
studeerde. De man met de unieke stem ging meedoen aan de muzikale escapades van
Ton en Pim. Tons hoofdinstrument bij de klassieke muziekstudie was de contrabas,
het hoofdvak van Pim en Max was slagwerk. Toen basgitarist Cees van Leeuwen zich
bij het gezelschap voegde (hij verving de Fransman Jean Michel Marion) was de
eerste bezetting compleet van de groep die Kayak zou worden. Het volgende wapenfeit
was een contract met platenmaatschappij EMI. Phonogram had de groep eerder afgewezen,
nadat er nog wel demo’s waren gemaakt, maar de maatschappij haakte af toen
Ton en Pim weigerden andermans muziek op te nemen.
1972-1974 • Lancering
Kayak werd door EMI en manager Frits Hirschland gelanceerd als een nieuwe supergroep,
en dat voor muzikanten die nauwelijks twintig jaar oud waren, weinig podiumervaring
hadden en zich in feite op geen andere muzikale prestaties konden beroepen dan
originele ideeën en eigenwijsheid. De eerste twee albums, ‘See See the
Sun" en ‘Kayak II’ leverden drie bescheiden hitjes op (‘Lyrics’, ‘Mammoth’ en ‘Wintertime’).
Wel was het zo dat Kayak naam begon te maken als talentvolle jonge band,
die zich een steeds grotere vaste aanhang verwierf onder de liefhebbers van ‘progressieve
rock’.
1974-1976 • Veranderingen
In 1974 kwam basgitarist Cees van Leeuwen tot de slotsom dat zijn universitaire studie niet te combineren viel met de hectische tour- en studioactiviteiten van de groep. Hij stapte op. Bert Veldkamp nam zijn plaats in. In deze bezetting nam de groep het derde album op, ‘Royal Bed Bouncer’, dat weer een bescheiden hitsingle opleverde: ‘Chance For A Lifetime’. Op de eerste twee albums was het compositieaandeel van Ton en Pim fifty-fifty geweest, maar met ‘Royal Bed Bouncer’ bereikte Ton een creatieve piek. De groep bleef lustig toeren en zo tegen 1976 had Kayak de status van topgroep bereikt in Nederland en België. Ruzie tussen manager Frits Hirschland en EMI leidde tot een breuk tussen groep en platenmaatschappij. Phonogram, dat in 1971 de groep nog had afgewezen, was nu wel geïnteresseerd. Aan het vierde album, ‘The Last Encore’, droeg Pim als componist weer evenveel bij als Ton. Later dat jaar kreeg de groep wel een grote klap te verwerken toen Pim het bijltje erbij neer gooide. Ook basgitarist Bert Veldkamp stapte op, dus in twee maanden tijd raakte Kayak zijn complete ritmesectie en één van zijn hoofdcomponisten kwijt.
1977-1978 • Starlight Dancer
In het najaar van 1976 traden Charles Schouten en Theo de Jong aan als vervangers van Pim en Bert. In deze bezetting nam de groep ‘Starlight Dancer’ op. Het titelnummer, dat één van de groeps klassiekers zou worden, kwam op single uit en haalde de 14de plaats in de Nederlandse hitparade. Kayak stond weer overeind. In de VS kwam met dezelfde titel een album uit dat in feite een compilatie was van de Nederlandse langspelers ‘The Last Encore’ en ‘Starlight Dancer’. De groep scoorde er een bescheiden hit mee, waarbij de single ‘Want You to Be Mine’ de 55ste plaats in Billboard haalde. Kayak werd door de invloedrijke Amerikaanse muziekkrant Record World zelfs uitgeroepen tot ‘Most Promising Band of the Year’. Maar na verloop van enige tijd bleken de muzikale verschillen tussen de originele en de nieuwe groepsleden onoverbrugbaar. Na achttien maanden moest de groep weer op zoek naar een nieuwe bassist en drummer. En dat was nog niet alles...
1978-1981 • Ruthless Queen
Een bijzonder chaotisch jaar volgde. Het einde van de band leek in zicht, ondanks het perspectief van een Amerikaanse tour en de langverwachte internationale doorbraak. Max Werner kondigde aan dat hij niet langer de zanger van Kayak wilde zijn. Hij had zich altijd meer drummer gevoeld en was van lieverlee zanger geworden, omdat iedereen hem in die rol wilde vanwege zijn unieke stem. Nu de drumkruk weer onbezet was, wilde hij erop gaan zitten. Er zat voor Kayak niets anders op dan op zoek te gaan naar een nieuwe zanger. Alle bestaande plannen waren van de baan en de groep kon weer van voren af aan beginnen. Edward Reekers werd de nieuwe zanger. Tegelijk met hem versterkten nog drie nieuwkomers de gelederen: Peter Scherpenzeel (Tons jongere broer) nam de basgitaar ter hand, terwijl achtergrondzangeressen Irene Linders (Tons vrouw, die al jarenlang teksten schreef bij veel van zijn composities) en Katherine Lapthorn de groep een compleet ander gezicht gaven. Al deze veranderingen en het nieuwe album ‘Phantom of the Night’ betekenden een radicale breuk met verleden, en dat in meerdere opzichten. Veel van de oude fans vonden dat de groep weinig meer te maken had met de originele Kayak. Toen gebeurde er iets dat niemand had verwacht en waardoor de groep opeens een groter publiek dan ooit bereikte: de nieuwe single ‘Ruthless Queen’ werd een daverend succes. De enige grote hit die Kayak ooit had, schopte het tot nummer 4 in de hitparade. Het album kwam zelfs op de eerste plaats en werd met een verkoop van 100.000 in Nederland beloond met platina.
1981-1982 • Periscope Life
Het volgende album, ‘Periscope Life’ (1980), werd opgenomen in Los
Angeles. De stijl was onveranderd, maar het album moest het stellen zonder de
grote hit en het verrassingselement die de ‘Periscope Life’ tot zo’n
enorm succes hadden gemaakt. Niettemin overtrof de verkoop die van de vijf voorgaande
albums. Met het daaropvolgende album, ‘Merlin’ (1981), keerde Kayak
terug naar zijn roots: progressieve en symfonische rock. Dit album, waarvan de
helft gewijd was aan de legendarische middeleeuwse tovenaar, wordt naast ‘Royal
Bed Bouncer’ algemeen beschouwd als het beste werk van Kayak. Het uitblijven
van commercieel succes werkte helaas persoonlijke en muzikale rivaliteit tussen
de groepsleden in de hand. De wanhopige financiële situatie die manager
Hirschland voor de groep had weten te creëren maakte de zaak alleen maar erger.
Op een moment dat Max Werner in Duitsland als solozanger (!) de eerste plaats bereikte met de single ‘Rain In May’, stortte de groep ineen onder haar eigen gewicht. Kayak, inmiddels zonder de twee achtergrondzangeressen, perste er nog één nep-live album uit, ‘Eyewitness’. Daarop stonden drie nieuwe stukken, voor de rest ging het om werk dat ‘live’ in de studio was opgenomen, met slechts enkele correcties en dubs. Het applaus was toegevoegd, wat later duidelijk bleek toen de CD-versie uitkwam: Ton Scherpenzeel merkte in het bijschrift op dat hij het album opnieuw had gemixt, ditmaal zonder het klappende en gillende publiek. Hij had zich daaraan altijd dermate geërgerd dat hij nooit meer naar de originele versie had kunnen luisteren.
1982-1998 • Stilte
Zeventien jaren zouden verstrijken met onderwijl slechts één levensteken van
de groep: in 1997 kwam Kayak bijeen voor het tv-programma ‘Classic
Albums’, dat aandacht besteedde aan het album ‘Royal Bed Bouncer’,
in de bezetting die de plaat in 1975 had opgenomen. Intussen waren alle originele
albums uitgekomen op CD, de meeste met extra stukken en verloren B-kanten, sommige
als compilatie. Naast EMI en Phonogram nam de nieuwe en gespecialiseerde platenmaatschappij
Pseudonym Records enkele heruitgaven voor haar rekening.
In het tv-programma werd duidelijk dat Ton, Pim en Max zich bezig hadden gehouden met demo-opnamen voor een ongenoemd ‘project’, dat zich jammer genoeg niet mocht verheugen in grote belangstelling van de kant van de grote platenmaatschappijen. Het had er alles van weg dat Kayak niet meer uit de as zou herrijzen.
1999-2000 • Close to the Fire
In 1999 nodigde de populaire Nederlands/Friese groep De Kast (ooit grote fans) Kayak uit voor een gastoptreden in de tv-show ‘De Vrienden van Amstel Live’. Kayak ging er, voor het eerst in zeventien jaar, mee akkoord voor publiek op te treden. Ton Scherpenzeel, Max Werner, Bert Veldkamp en Johan Slager, versterkt met Pim Koopmans tijdelijke vervanger Marc Stoop (Pim, deels woonachtig in Noord-Ierland, kon niet op tijd ter plekke zijn), traden voor dit legendarische optreden aan in het Haagse Café de Paap, in november 1999, waar ze speelden samen met leden van De Kast. Daarmee begon Kayak aan zijn tweede leven. Demo’s die stof lagen te verzamelen in Tons studio, kwamen tevoorschijn en trokken de aandacht van een nieuwe platenmaatschappij, ProActs, een project waaraan De Kast deelnam. Wat niemand had durven hopen, gebeurde dan eindelijk. Kayak, nu bestaande uit Ton, Pim, Bert, Max en de nieuwe gitarist Rob Winter, namen het nieuwe album ‘Close to The Fire’ op. Het album kwam uit in mei 2000 en werd bijzonder goed ontvangen, deels omdat de oorspronkelijke zanger Max Werner de microfoon weer ter hand had genomen. Dat trok fans aan uit de vroege jaren. De oude magie, het inspiratievuur, was terug. Kayak ging ook weer optreden, ditmaal als zesmansformatie. Voormalig Vandenberg-zanger Bert Heerink trad aan als tweede zanger, om Max terzijde te staan en hem de gelegenheid te geven zich ook aan percussie te wijden. Bert maakte het Kayak mogelijk ook stukken te brengen die Edward Reekers had gezongen, zoals ‘Ruthless Queen’ en ‘Merlin’, om er maar enkele te noemen.
2000 • Max vertrekt
Jammer genoeg maakten ernstige problemen met de gezondheid het Max onmogelijk aan te blijven als zanger. In het najaar van 2000 werd zijn vertrek onvermijdelijk. Spoedig daarop bleek overigens dat hij nooit van plan was geweest veel langer bij de groep te blijven dan voor de duur van één tour. Hij zou dan hoe dan ook zijn opgestapt. Er hoefde geen vervanger voor Max te komen, want Bert Heerink was er al als leadzanger. Wel trad er een extra gitarist aan, Rob Vunderink, die in groepen als The Hammer en Diesel bovendien zanger was geweest.
2001 • Live album
In 2001 kwamen er twee nieuwe Kayak-albums uit: ‘Chance for a LIVE Time’ en ‘Night
Vision’. ‘Chance for a LIVE Time’ was Kayaks eerste live album
(’Eyewitness’ was live opgenomen in de studio, maar het publiek was
later toegevoegd). Dit album, opgenomen tijdens de ’Close to the Fire’-tour
in 2000, ademde de hernieuwde energie en inspiratie binnen de groep. Uit de sores
rond Max Werners plotselinge vertrek kwam een sterker Kayak te voorschijn, met
Bert Heerink als voorman. Al snel na het verschijnen van ‘Chance for a
LIVE Time’ begon Kayak met de opnamen van een twaalfde album, ’Night
Vision’, dat in november uitkwam. Rond die tijd vatte de groep het idee
op om ‘Merlin’, van het gelijknamige album dat in 1981 was uitgekomen)
uit te bouwen tot conceptalbum en op te nemen met een symfonieorkest. Dat werk
stond gepland voor 2003.
2002 • Night Vision-tour
Het jaar 2002 begon met de succesvolle ‘Night Vision’-tour. Na de
tour gingen Ton, Pim en Irene aan de slag met het schrijven en arrangeren van
de rockopera ‘Merlin’. Dit zou het meest veeleisende en pretentieuze
project worden in het bestaan van Kayak. Maar dat niet alleen. Halverwege het
jaar kreeg de groep te maken met twee dramatische veranderingen. De eerste tegenslag
was de breuk met platenmaatschappij en tourmanager ProActs. Kayak moest een andere
maatschappij zien te vinden om het nieuwe album uit te brengen, een album dat
gezien werd als cruciaal voor de toekomst van de groep. De tweede klap kwam van
gitarist Rob Winter, die vlak voor het begin van de opnamen zijn vertrek aankondigde,
omdat spelen bij Kayak niet langer te combineren viel met zijn werk in de begeleidingsband
van Marco Borsato. Kayak vond een opvolger voor Rob in Joost Vergoossen, die
eerder onder meer had gespeeld in de Ilse de Lange Band (samen met ex-Kayak-bassist
Theo de Jong). Joost kwam in de herfst van 2002 bij de groep en kon meteen aan
de slag voor het nieuwe album. Er vond nog een belangrijke verandering plaats:
voor het album en de aansluitende tour, gebaseerd op het verhaal van Merlin en
uitgebouwd tot rockopera, was een zangeres nodig die de rol van de tovenares
Morgan tegenover Merlin kon spelen. Bert Heerink was al bekend met de rol van
Merlin. Tweede zanger/gitarist Rob Vunderink nam de rol op zich van Mordred,
de onwettige zoon van Morgan en haar halfbroer, koning Arthur. De speurtocht
naar een geschikte zangeres leidde naar Cindy Oudshoorn. Zij had als solozangeres
een aantal Nederlandstalige singles op haar naam staan en verder gewerkt koorwerk
gedaan, live en in de studio, voor onder meer K-Otic en Ruth Jacott. En zo had
Kayak de bezetting weer rond. De show kon doorgaan. En ging door. In de tweede
helft van 2002 concentreerde Kayak zich op de opname van zijn magnum opus, ‘Merlin
- Bard of The Unseen’.
2003 • Merlin - Bard of the Unseen
Een nieuwe
zangeres, Monique van der Ster, is aangetreden om af en toe voor Cindy in
te vallen als Morgan Lefay in ‘Merlin - Bard of the Unseen’ (op
de foto staat Cindy). Monique doet, net als Cindy, ook mee aan reguliere
concerten, als haar overige werkzaamheden dat tenminste toelaten.
De rockopera ‘Merlin - Bard of the Unseen’, waarmee Kayak op tour langs de Nederlandse theaters gaat, is een groot succes. Naast de uitgebreide Kayak-cast doen er ook drie dansers mee om de legendes rond de vroeg-middeleeuwse tovenaar en koning Arthur visueel gestalte te geven. Het hoogtepunt van 2003 vindt plaats tijdens het Tromp Festival in de duinen bij Ter Heijde aan Zee: samen met een groot symfonieorkest wordt ‘Merlin’ daar in de open lucht uitgevoerd voor een 7000 man tellend enthousiast publiek. Het concert wordt nog specialer door de medewerking van vocalisten Bobby Kimball (Toto) en Petra Berger in de rol van Lancelot en Guinevere.
2004-2005 • Nostradamus – The Fate of Man
In 2004 volgt nog een korte reprise van het inmiddels ook op DVD uitgebrachte ‘Merlin’, maar het grootste deel van het jaar wordt toch besteed aan het schrijven en de voorbereiding van de theatrale opvolger getiteld ‘Nostradamus - The Fate of Man’ die in maart 2005 in premiere zal gaan. Omdat de rolbezetting van de tweede rockopera van Kayak nog uitgebreider is dan bij ‘Merlin’, moet worden uitgekeken naar meer vocalisten. Edward Reekers, die bij Merlin al diverse keren was ingevallen, wordt gevraagd voor een bijzondere rol: uiteraard als zanger, maar tevens als verteller van het verhaal. Als speciale gast doet ook voormalig Kast-zanger Syb van der Ploeg mee aan het project.
Vlak voor de CD opnames beginnen laat bassist Bert Veldkamp weten dat hij wil stoppen met Kayak omdat hij dat niet langer kan combineren met zijn andere werk. Omdat het zoeken naar een vervanger te veel tijd in beslag zou gaan nemen, speelt Ton Scherpenzeel (die ooit als basgitarist begon) zelf de baspartijen in op de nieuwe dubbel-CD.
In 2005 wordt Jan van Olffen aangetrokken als de nieuwe basgitarist. Naast Ton, Pim, Bert, Rob, Joost, Cindy, Monique, Edward, Jan en Syb doen aan de tournee ook nog drie zangers/dansers mee: Marc Dollevoet, Marjolein Teepen en Marloes van Woggelum. Daarmee komt de complete cast van ‘Nostradamus’ - The Fate of Man’ op dertien (!) man. De nieuwe rockopera blijkt een gedurfde en ambitieuze poging van Kayak om definitief de theaterkant op te gaan. Tijdens de show wordt geen enkel oud nummer gespeeld: de hele avond staat in het teken van de bijna twee uur durende rock opera. De 32 concerten tellende tour is weliswaar opnieuw succesvol, maar door de hoge productiekosten wordt toch afgezien van een reprise in 2006.
Intussen wordt gewerkt aan een nieuw plan, waarmee Kayak in de loop van het
nieuwe jaar in ieder geval aan de slag zou moeten kunen. Zanger Bert Heerink
wacht de verdere ontwikkelingen niet meer af en kiest voor een toekomst zonder
Kayak: hij stapt in december 2005 definitief op.
2006 • KAYAKoustic
Bert Heerink is vertrokken. Zijn onverwachte afscheid wordt vocaal ruimschoots opgevangen doordat Edward Reekers na de succesvolle samenwerking tijdens Nostradamus terugkeert bij de band, en Cindy Oudshoorn inmiddels vast deel is gaan uitmaken van de formatie.
Er verschijnt dit jaar geen nieuw album. Na het plotselinge afblazen van een reprise van ‘Nostradamus’ – ondanks het redelijke succes van de tour zit een vervolg er om voornamelijk financiële redenen er voorlopig niet in – wordt gekozen voor een kleinschalige tour. In het najaar 2006 gaat de KAYAKoustic Tour van start, die tot begin 2007 zou lopen.
De oorspronkelijke bedoeling van de groep, een vrijwel akoestische set, gaat enigszins verloren omdat er wegens de late aankondiging van de tour te weinig theater optredens worden geboekt, en er dus een aantal club optredens moet worden toegevoegd. Uiteindelijk wordt een semiakoestische variant gevonden waarbij een groot aantal oude nummers, zoals bijvoorbeeld het zelden live gespeelde ‘Daughter Or Son’ en ‘What’s In a Name’, door een compleet gewijzigd arrangement nieuw leven wordt ingeblazen.
In de theatershows wordt door de sterke vocale bezetting nadruk gelegd op de zang en vocale meerstemmigheid, bespeelt Ton Scherpenzeel de vleugel, houden de gitaristen het bij hun akoestische instrumenten, Pim het bij brushes, en excelleert Jan van Olffen op de contrabas. Enkele shows uit de tournee worden opgenomen, en het is de bedoeling dat daar in 2007 een live album van zal verschijnen.
2007-2008 • Coming Up For Air
Een paar maanden na het laatste KAYAKoustic- concert verschijnt in mei 2007 het gelijknamige live album. Net als de tour wordt de release kleinschalig gehouden: de CD is alleen rechtstreeks verkrijgbaar via Kayaks internet webshop. De rest van het jaar wordt niet meer opgetreden, maar besteed aan het schrijven en opnemen van een nieuw studio-album, dat begin 2008 zal worden uitgebracht: ‘Coming Up For Air’. Ditmaal is het geen rockopera, zoals de vorige twee albums ‘Merlin’ en ‘Nostradamus’, maar een ‘gewone’ CD, met vijftien nieuwe nummers zonder onderling conceptueel verband.
De tournee staat tevens in het teken van het 35-jarig jubileum van Kayak. In februari 1973 kwam de eerste single, ‘Lyrics’, uit.














